‘ELLEN’ 
 
Een erfenis. Een duwtje in de rug vanuit het graf. Ellen kan het goed gebruiken, toch mist ze haar moeder. Ze mist haar moeder en de dagen dat tijd niet leek te bestaan. De dagen op de schommel, spelen in de zandbak naast de bloemenkraam van mevrouw Witt. Bellen blazen die zo groot lijken als de kleine, fijne wereld om haar heen. 
 
Nu staat Ellen in de stralen van een onverwachte winterzon, geleund tegen het muurtje naast de superette. Ze kijkt omlaag naar de schoenen van de mensen die in de haast van het bestaan hun oliebollen, vuurwerk en flessen prosecco hamsteren voor oudjaarsavond. Er komen witte sportschoenen voorbij. Grijze, paarse met een roze kartelrandje. Veel zwarte schoenen ook. Lederen die glimmen. Lederen die wel een poetsbeurt kunnen gebruiken. Schoenen die met ferme tred op de stoeptegels worden gezet. Een sierlijk afrollende bal van de voet. Een licht stuiterende draf. Ellen is ervan overtuigd dat je iemands karakter kunt aflezen aan de manier waarop hij loopt. Het doet haar denken aan de middagen met haar moeder op het terras. Moeder drinkt port of advocaat, een cliché dat past bij haar aanzienlijke leeftijd. Ellen drinkt het liefst rode wijn, met een hint van framboos en andere bosvruchten. 
Samen typeren ze voorbijkomende mensen aan de hand van hun haar, hun neuzen, hun oren. Ze hebben verhalen verzonnen over piraten, drugsbaronnen en vermomde prinsessen die wachtten op hun prins terwijl ze met hun handtasjes en zomerjurken bij het voetgangerslicht om zich heen kijken. 
 
Op weg naar huis loopt Ellen langs de boekwinkel. Eerst eraan voorbij met de ogen ferm gesloten en haar vuisten dichtgeknepen. Dan, na een pas of tien, een zucht. Ellen kijkt naar de hemel en vervloekt stilletjes het bestaan. Ze maakt rechtsomkeert en stapt de winkel binnen. Ook al wil ze het niet, ze kan het niet laten. De geur die doet dromen van alle verborgen werelden die verscholen liggen achter de kleurrijke kaften. Ellen kan ze niet weerstaan. Voorzichtig pakt ze een boek op, als een schat, slaat het open en leest de eerste regels.  Die eerste regels die haar met een ontembare kracht naar binnen zuigen. Het is de reden waarom Ellen zichzelf heeft beloofd geen voet meer in de boekwinkel te zetten. Ze heeft thuis al zoveel boeken en geen tijd om ze te lezen. Maar misschien is het nu anders, nu moeder er niet meer is. Nu ze niet meer op bezoek kan gaan om te luisteren naar de nostalgische verhalen van een vrouw die meer tijd achter zich liet dan er nog zou komen. Misschien zou het haar eindelijk lukken te verdwalen in de duizenden pagina’s op de planken van haar boekenkast.
 
Toch wil Ellen het liefste zelf een boek schrijven. Een roman over liefde, vriendschap en vergankelijkheid. Over strijd en verbroedering. Over piraten, drugsbaronnen en prinsessen. Een weidse wereld ver van hier die zo dichtbij lijkt als de warme truien die ze in de winter zo graag draagt. 
Nu de nalatenschap van moeder haar de ruimte geeft om zich toe te wijden aan de droom die ze altijd in zich heeft gedragen, ontbreekt het Ellen echter de moed om de eerste regels op papier te zetten. Die eerste regels die haar naar binnen zullen zuigen. Op weg naar een nieuwe wereld. 
 
 
 

Category: Writing Dutch